Harreveld

Harreveld

Harreveld is veel ouder dan lange tijd werd aangenomen. Bij de jongste opgraving op het terrein van de justitiële behandelingsinrichting het Anker – waar voorheen de havezathe Harreveld was gevestigd- werden in 1996 “nieuwe” sporen gevonden. Enkele vondsten stammen uit het Laat-Paleolithicum: door mensenhand bewerkte vuurstenen, voorwerpen van de Tjongercultuur van 13.800 tot 11.300 voor Christus. Omdat vuursteen van nature in Harreveld niet voorkomt, moet het door mensen zijn aangevoerd. Het huidige dorp vindt zijn oorsprong in het in 1410 gebouwde houten gebouw, dat naderhand fors is uitgebreid tot een havezathe met boerderijen eromheen. De oudst bekende naam van de havezathe is de “hoff toe Detharding”. Hoe die naam is ontstaan is niet bekend. Toen het hof in 1428 in handen kwam van de heren van Wisch, werd de havezathe verplaatst naar de plek die binnen de gracht ligt waar de justitiële inrichting ligt.  Omstreeks die tijd veranderde ook de naam Detharding in huys of havezathe Harreveld en nam in belangrijkheid toe. Vanaf 1486 was Harreveld in bezit van de heren van Bergh. Aanvankelijk waren de Harrevelders, net als de Lichtenvoordenaren, voor hun kerkgang aangewezen op Groenlo.

Uitgelicht 1: De van Dorths  

Op 9 mei 1789 verkochten de erven Van Randwijck en Bentinck, Harreveld en toebehoren aan Toon, baron van Dorth tot Holthuysen en diens zuster Judith van Dorth. Hun vader Johan Adolf Hendrik Sigismond van Dorth trok spoedig bij zijn kinderen in. Er braken woelige tijden aan voor de Harreveldse bevolking. De oude vader Van Dorth werd al snel de “gevleeschde duivel” genoemd, omdat hij er een genoegen schiep om de boeren de schrik op het lijf te jagen door met zijn jachtgeweer op hen te schieten. Het verblijf van de familie van Dorth op Harreveld was een aaneenschakeling van chaotische taferelen. Hun ruzie met pastoor Berns, de eindeloze schulden, de bijna misdadige verhouding van de kinderen met hun vader, de vlucht over de grens en dan uiteindelijk de executie van Judith, droegen uiteraard bij aan de legendevorming rond het verblijf van deze familie. Na de dood van zijn zuster Judith op 22 november 1799 keerde haar broer nooit meer terug naar Harreveld. De freule is, voor zover bekend, de enige persoon in de Republiek bij wie het doodvonnis om politieke redenen gedurende de Bataafs-Franse tijd daadwerkelijk werd voltrokken.

Uitgelicht 2: De molen Hermien 

Aan de doorgaande weg N18 staat de achtkantige beltmolen Hermien. Zodra de molenwieken draaien kan men in overleg de molen bezoeken.

Uitgelicht 3: RK-kerk St. Agatha

Aan de Kerkstraat gelegen R.K. KERK 'St. Agatha'. De kerk werd in 1889 in laat neo-gotische stijl gebouwd, naar ontwerp van GERHARDUS TE RIELE, op de fundamenten van een in 1868 gebouwde voorganger die in 1888 door brand werd verwoest. De toren bleef bij deze brand grotendeels gespaard en werd in de nieuwe kerk opgenomen. In het ontwerp is duidelijk de invloed waarneembaar van de tegenhanger van de bekende kerken- bouwer P.J.H. Cuypers, de Utrechtse architect Alfred Tepe die vooral in de stijl van de regionale Nederrijnse gotiek bouwde. Voor wat betreft het exterieur zijn sinds de bouwtijd geen noemenswaardige wijzigingen aangebracht. In het interieur werd de oorspronkelijke beschildering in de jaren dertig vervangen. Tussen 1930-1935 werden de geschilderde kruiswegstaties en de schilderingen in het koor aangebracht door Jos ter Horn. De gebrandschilderde ramen in het koor dateren uit 1944 en zijn uitgevoerd naar ontwerp van Max Weiss. In 1972 werd bij de restauratie een deel van de oorspronkelijke neogotische, florale beschildering van de gewelven gerestaureerd. De kerk vormt met de nabijgelegen pastorie, moderne begraafplaats, school en onderwijzerswoning een uiterst beeldbepalend straatbeeld.

© VVV Oost Gelre 2012