Zieuwent

wordt aangeduid als ’t Söwent, dus als 'Het Zieuwent'. Zieuwent, in de middeleeuwen geschreven als 'Synwede' betekent oorspronkelijk 'lage weide' ofwel moerassig gebied. Dit laatste deel, Zieuwent onder Ruurlo, werd en wordt officieus nog steeds ook wel aangeduid als ’t Achter-Söwent, dus als "Het Achter-Zieuwent". In het midden van de dertiende eeuw liet de graaf van Gelre vanaf het naburige Ruurlose Broek naar het riviertje de Berkel een afwateringskanaal graven, de Grevengracht. Daardoor zakte het waterpeil zodanig dat vestiging in het moerasgebied van Het Zieuwent mogelijk werd. Niettemin bleef het een gebied dat ’s winters erg drassig was of zelfs onder water stond. Hier en daar waren hoogten in het land, waarop bewoning mogelijk was zonder natte voeten te krijgen. Zieuwent kent het fenomeen van bijnamen. Dit zijn namen die gebruikt worden om naast de 'zondagse naam' om families aan te duiden. De mensen in het dorp zijn veelal onder hun bijnaam beter bekend dan onder hun officiële familienaam. Bijnamen hebben niets met scheldnamen van doen. De bijnamen komen in de regel voort uit oude boerderijnamen (plaatse) of uit vroegere beroepsnamen. Als vroeger een jonge man bij een familie introuwde, veranderde daardoor wel de familienaam maar niet de boerderijnaam. De bewoners bleven bij hun boerderijnaam genoemd worden. Ook zijn er bijnamen die op een vroeger beroep duiden, bijvoorbeeld Sniedas (snijder = kleermaker) of Wèvas ( = wever) In het dorp komen veel dezelfde familienamen voor. Familienamen als Wopereis, Krabbenborg, Spekschoor, Kolkman, Rondeel, Rouwhorst en andere zijn moeilijk te traceren zonder bijnaam. Zonder bijnaam heeft men vaak geen idee over wie je het hebt. In het dagelijkse leven wordt in de regel uitsluitend de bijnaam gebruikt en is men zich de familienaam niet of nauwelijks bewust.
d tot het kerspel Groenlo behoord. Maar nadat het gebied van de latere stad Groenlo in 1236 door een waarschijnlijk in geldnood verkerende heer van Borculo aan de graaf van Zutphen werd verkocht, bleef Zwolle als een uithoek deel uitmaken van de heerlijkheid Borculo. Eind 15e, begin 16e eeuw werd Zwolle met de eveneens tot het kerspel Groenlo behorende buurschappen Avest, Beltrum en Lintvelde in de voogdij Beltrum ondergebracht. De buurschap Zwolle en delen van Avest (waaronder het industrieterrein Laarberg) en Voor-Beltrum zijn overgegaan naar de gemeente Oost Gelre. In het noorden van de buurtschap heeft een grote steenoven gestaan, waar stenen voor de vestingwerken van Groenlo gebakken zijn. Als gevolg van de oorlogstoestand was de buurschap aan het eind van de 16e eeuw meerdere jaren ontvolkt. Veel Zwollenaren verbleven gedurende die jaren in de veste Grol (Groenlo). Historisch interessant in Zwolle zijn de herberg "'t Reirinck", het Erve Wissinck, met een schuilkerk, en het natuurpark de Leemputten.